Zoeken

Gaming Publicaties

KSA kan tenaamstelling vergunningen Lotto en Staatsloterij niet zomaar wijzigen

Geplaatst op 20 maart 2019 door Kester Mekenkamp

Op 13 maart 2019 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (“Afdeling”) uitspraak gedaan en daarin bepaald dat de Kansspelautoriteit (“KSA”) niet zomaar de tenaamstelling van de vergunningen van de Lotto en de Staatsloterij kan wijzigen (in totaal vier uitspraken: ECLI:NL:RVS:2019:770; ECLI:NL:RVS:2019:771; ECLI:NL:RVS:2019:774; ECLI:NL:RVS:2019:775).

De organisaties achter de Lotto (Stichting de Nationale Sporttotalisator) en de Staatsloterij (Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij) zijn in 2016 gefuseerd in de nieuw opgerichte Nederlandse Loterij Organisatie. Daarbij zijn de stichtingen omgezet naar besloten vennootschappen (Lotto B.V. en Staatsloterij B.V.) en ondergebracht in de holding Nederlandse Loterij B.V. Kort daarna heeft de KSA deze organisatorische wijzigingen doorgevoerd in de betreffende vergunningen (de vergunning Sportprijsvragen en Lotto 2015/2016 en de vergunning Instantloterij 2015/2016 enerzijds en de beschikking Staatsloterij anderzijds) door middel van het aanpassen van de tenaamstelling en aanvullende omzettingen die samenhangen met de gewijzigde rechtsvorm. Twee buitenlandse kansspelaanbieders en twee brancheverenigingen hebben deze gang van zaken aangevochten tot aan de hoogste bestuursrechter.

Nederland kent een éénvergunningstelsel voor sportprijsvragen, lotto’s en instantloterijen. Het Unierecht staat een dergelijk stelsel enkel toe onder strenge voorwaarden. De Afdeling is van oordeel dat de aanpassingen in de betreffende vergunningen meer behelst dan enkel een naamswijziging. De rechtsvormwijziging van de stichtingen in besloten vennootschappen betekent een aanzienlijke wijziging, zo stelt de Afdeling, omdat het heeft geleid tot een wijziging in de kwaliteiten van de vergunninghouders en hun verhouding tot de Staat (ook zijn vergunningsvoorschriften aangepast). De kwaliteiten van de vergunninghouders en hun verhouding tot de staat zijn doorslaggevend, aldus de Afdeling, voor de toelaatbaarheid van onderhandse vergunningverlening in het éénvergunningstelsel in het licht van het Unierecht (onderhandse vergunningverlening is in beginsel niet toegestaan, tenzij aan de door het HvJEU geformuleerde uitzonderingen is voldaan). De KSA heeft bij de wijziging van de tenaamstelling van de betreffende vergunningen geen acht geslagen op de Unierechtelijke voorwaarden. De Afdeling stelt de buitenlandse kansspelaanbieder en de brancheorganisaties in het gelijk.

Als gevolg van deze uitspraak door de Afdeling dient de KSA een nieuw besluit nemen ten aanzien van de wijziging van de tenaamstelling. In dat nieuwe besluit zal de KSA moeten uitleggen waarom er een éénvergunningstelsel is voor het organiseren van zowel de Lotto als de Staatsloterij. Tevens moet worden gemotiveerd of die vergunningen kunnen worden verleend aan Lotto B.V. en Staatsloterij B.V.

Het wordt interessant om te zien wat de KSA gaat aanvoeren ter ondersteuning van het nieuwe besluit. Naar verwachting zal het besluit geen veranderingen met zich meebrengen betreffende het feit dat de bovengenoemde vergunningen in handen zijn van de Nederlandse Loterij. Wel zal de KSA moeten beargumenteren dat het éénvergunningenstelsel voor het lottospelen en voor de Staatsloterij gerechtvaardigd is, waarbij ook het vraagstuk van de ‘horizontale consistentie’ aan de orde behoort te komen. Hiermee wordt bedoeld dat er een samenhangend beleid tussen de verschillende kansspeldeelmarkten gevoerd moet worden. Zo loopt er op dit moment een andere procedure waarin de vraag aan de Afdeling voorligt, of het Nederlandse éénvergunningstelsel voor lottospelen noodzakelijk moet worden geacht nu er voor goede doelen loterijen een open vergunningenstelsel is.

Ook zal de KSA in het te nemen besluit moeten verantwoorden dat de Lotto B.V. en Staatsloterij B.V. kunnen profiteren van de uitzonderingsgrond gecreëerd door het HvJEU op basis waarvan onderhandse verlening van betreffende vergunning in het éénvergunningstelsel plaats kan vinden. Dit zou het geval kunnen zijn wanneer zij worden geclassificeerd als een openbare exploitant wiens beheer onder rechtstreeks toezicht staat van de Staat of een particuliere exploitant op wiens activiteiten de overheid een strenge controle kan uitoefenen (C-203/08, Sporting Exchange, para. 59).

Vragen? Die kunt u sturen naar gaming@kalffkatzfranssen.nl.

Dit artikel delen

Ook interessant

Alle Recente ontwikkelingen