Zoeken

Kansspelzaak HvJEU C-375/17 Stanleybet tegen Italië

Geplaatst op 20 april 2019 door Kester Mekenkamp

Op 19 december 2018 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie (“HvJEU”) uitspraak in de zaak Stanleybet tegen Italië (C-375/17). De zaak betrof een prejudiciële verwijzing door de hoogste Italiaanse bestuursrechter in een geschil aanhangig gemaakt door de online kansspelaanbieder Stanleybet (specifieker de in het Verenigd Koninkrijk geregistreerde vennootschap en haar in Malta gevestigde dochtervennootschap). Stanleybet was van mening dat zij werd verhinderd deel te nemen aan de aanbesteding voor de concessie van de exploitatie van de lotto, als gevolg waarvan zij deze concessie in strijd achtte met het Unierecht. Deze concessie was bij besluit van 16 mei 2016 gegund aan een samenwerkingsverband onder de naam Lottoitalia Srl.

Het HvJEU werd onder meer verzocht de vraag te beantwoorden of de Unierechtelijke vrijheid van dienstverlening (Art. 56 VWEU) en vrijheid van vestiging (Art. 49 VWEU) in de weg staan aan een nationaal stelsel, zoals van toepassing in Italië, waar ten aanzien van de concessie van de lotto exploitatie voorziet in een model met slechts één concessiehouder. Dit terwijl voor andere kansspelen een model met verschillende concessiehouders van toepassing is.

In haar beantwoording stelt het HvJEU vast dat er als gevolg van dit concessiestelsel sprake is van een belemmering van de door artikelen 49 en 56 VWEU geborgde vrijheden, maar dat dit mogelijk gerechtvaardigd kan zijn door dwingende vereisten van algemeen belang. Met betrekking tot kansspelen zijn dit bescherming van de consument, fraudebestrijding en voorkomen dat burgers worden aangespoord tot geldverkwisting door gokken. Administratieve ongemakken en economische motieven kunnen echter niet dienen als rechtvaardiging, aldus het HvJEU. In dit kader voert de Italiaanse regering aan dat het stelsel in casu beantwoordt aan “de noodzaak het spel in gecontroleerde banen te leiden en aan de logica van een verantwoorde exploitatie, door de mededinging op de markt te beperken”.

Het HvJEU geeft aan dat het uiteindelijk aan de verwijzende rechter is om vast te stellen welke doelstellingen daadwerkelijk worden nagestreefd door het concessiestelsel en of de belemmering evenredig is in het licht van de nagestreefde doelstelling(en). Wel doet het HvJEU een voorzet, door aan te geven dat indien de doelstelling van Italiaanse concessiestelsel er daadwerkelijk in bestaat om de mededinging op de betreffende markt te beperken, “dan lijkt het model met één enkele concessiehouder geschikt te zijn om die doelstelling te bereiken”. Zij legt daarbij uit dat vrije en onvervalste mededinging een schadelijk effect kan hebben in de zin dat exploitanten in dat geval geneigd zouden kunnen zijn met elkaar te gaan wedijveren in inventiviteit om hun aanbod aantrekkelijker te maken dan dat van concurrenten als gevolg waarvan de uitgaven van de consument voor spelen en de gevaren van verslaving zouden toenemen. Tevens concludeert het HvJEU dat het feit dat een lidstaat voor de exploitatie van lottospelen een stelsel hanteert met slechts één concessiehouder anders dan het geval is voor andere kansspelen, “op zich geen invloed [heeft] op de beoordeling van de evenredigheid van de wettelijke regeling…, daar deze uitsluitend in het licht van haar doelstellingen moet worden beoordeeld”. Een dergelijk verschil in stelsels doet, aldus het HvJEU, niet af aan de geschiktheid van het stelsel met één concessiehouder om de doelstelling te bereiken waarvoor dat stelsel in ingevoerd.

Een stelsel zoals het Italiaanse kan volgens het HvJEU wel in strijd blijken met het Unierecht wanneer wordt vastgesteld dat een beleid wordt gevoerd waarmee eerder wordt beoogd de deelname aan andere kansspelen dan die welke onder het systeem van één enkele concessiehouder vallen, aan te moedigen in plaats van de gelegenheden tot spelen te verminderen en de activiteiten op dit gebied op een samenhangede en stelselmatige wijze te beperken.

Dit is de meest recente zaak in een rij aan procedures voor het HvJEU die voort zijn gekomen uit procedures gestart door kansspelaanbieder Stanleybet. In zaak C-186/11Stanleybet International e.a. vocht Stanleybet het Grieks kansspelmonopolie aan en in zaak C-463/13Stanley International Betting en Stanleybet Malta kwam Stanleybet in opstand tegen de Italiaanse concessie voor de organisatie van verschillende kansspelen via een fysiek netwerk van wedkantoren.

Vragen? Die kunt u sturen naar gaming@kalffkatzfranssen.nl.

Dit artikel delen

Ook interessant

Alle Recente ontwikkelingen